Interview met Geertje Smit : trouw zijn aan de vereniging is vanzelfsprekend.

 In berichten voor leden, Ledenpagina

Geertje Smit :

trouw zijn aan de vereniging is vanzelfsprekend.

 

De kerk, de meisjesvereniging, de zangvereniging : moeder goot het er met de paplepel in.

Een traditioneel kerkelijk gezin ; daar komt Geertje uit. Vader was baggeraar , moeder  was thuis met dochter  en 2 broers . Vader kwam eens in de 4 of 5 weken thuis, zodat de opvoeding op de schouders van  moeder kwam . Contact met hem verliep vaak via brieven . Geertje bleef lang in huis en trouwde op haar 28 e .

Daarna heeft ze heel veel en lang voor vooral haar vader gezorgd , terwijl het werk van haar man – directeur van het bejaardentehuis Overslydrecht – bij hem veel tijd opslokte . Hij stierf op de jonge leeftijd van 58 jaar , zodat Geertje nu al meer dan 30 jaar weduwe is . In die tijd is ze ook zeer lang werkzaam geweest als vrijwilliger in datzelfde Overslydrecht , waar ze ook meer dan 20 jaar in het winkeltje werkte en samen met een andere vrijwilliger de bibliotheek verzorgde.

In 1946 op 16 jarige leeftijd lid geworden van het heropgerichte koor.

Het verenigingsleven was een vanzelfsprekendheid. Als trouwe kerkganger hoorde het lidmaatschap van de meisjesvereniging en het kerkkoor gewoon bij het totale “familiegevoel” . Moeder zong thuis ook veel geestelijke liederen en stimuleerde muziekbeoefening. De jongens naar Wilhelmus ; het meisje op de zang.

In 1943 was het koor ontbonden door de Kultuurkamer, maar in 1946 heropgericht. Tussendoor werd in 1943 wel een kerkkoor opgericht, wat niet verboden was.

Er was bij de start in 1946 wel wat wrijving tussen het kerkkoor en het aparte koor Soli. Tegenwoordig zou je het concullega’s noemen.

De contributie werd iedere week bij het begin van de repetitie betaald.

Haar man werd actief in de muziekvereniging Wilhelmus . De kerk bleef belangrijk : 2 x per zondag naar de dienst , Bijbelkring, PCOB . Het CJMV-gebouw was de spil voor allerlei verenigingsactiviteiten. Vanzelfsprekend werd daar ook het huwelijksfeest gehouden.  Dus Geertje kan bij iedere repetitie van Soli veel herinneringen ophalen !

Nog wel : want binnenkort verhuizen we naar De Ontmoeting , het gebouw van de Ned. Ger. Kerk.

Van zangvereniging naar oratoriumvereniging.

In het begin was Soli nog een gewone zangvereniging. De avond werd gestart met gebed en geëindigd met het zingen van het Bondslied .

Eén in geest en streven,
één in lied en leven,
één in daad en woord:
Eén in ’t rijk der klanken,
één om God te danken,
Eén bij lofakkoord
Eén zij ons doel:
Waar ’t reinst gevoel
Eendracht wekten kracht in ’t streven:
Moge God dat geven:

Allen, ’t hart naar boven,
om Gods naam te loven,
In het reinste lied:
’t Past ons Hem te danken
in verheven klanken:
Hij beschaamt ons niet
Prijst saam den Heer
Maakt groot Zijn eer
door uw lied, door heel uw leven:
Moge God dat geven.

 

Daarna volgden oud Hollandse liedjes ,  Vaste rots van mijn behoud, Wilt heden nu treden uit Valerius Gedenck Clanck.

Allemaal onder leiding van  A. Bouwman, die jarenlang dirigent was.

De overgang kwam met Addy de Jong, net afgestudeerd van het conservatorium. Hij had een bewerking gemaakt van Psalm 23 in cantatevorm. Dat werd uitgeprobeerd. Zo groeide het koor langzaam toe naar een oratorium.

Van alles meegemaakt.

Zo heeft Geertje inmiddels 12 keer de Matthäus Passion gezongen onder leiding van verschillende dirigenten. Van Ton van Oyen, die met zijn breekbare gestalte het koor kon opzwepen. Daarna Pim Overduin . En nu de huidige dirigent Danny Nooteboom, die nooit kwaad wordt op het koor, maar met grappen ondertussen wel de zuiverheid van zang en dictie uit de tenen haalt.

De zomerse concoursen, de afscheiding van het Sliedrechts Kamerkoor , een reis naar Polen in een rammelende oude bus staan nog in het geheugen gegrift en natuurlijk ook het verschrikkelijke ongeluk, waarbij 4 koorleden omkwamen.

Het echtpaar Jonker, de heren Vermaas en Rijsbergen zaten in een auto die door een trein gegrepen werd. Geertje zou aanvankelijk ook meegaan, maar ze bleef thuis vanwege een verkoudheid.

Je bent allemaal geen solist .

Je bent allemaal geen solist, zo eindigt Geertje. Maar dat je samen met andere gewone mensen  toch zo’n prestatie kan neerzetten als het zingen van moeilijke oratoria , dat geeft toch enorm veel voldoening .

En hoe lang ze dat nog volhoudt ? “Mijn stem is niet zo best meer, maar voor de sociale contacten ga ik nog iedere week , maar grote concerten zing ik niet meer mee”.

Nu eerst maar eens het jubileumjaar afmaken.

 

–/–

Tekst: Johan Lavooi juli 2019.

Recent Posts
0

Start typing and press Enter to search